07-08-05

Vuur


De eerste seconden een warme omhelsing. De dagen die volgen ...

"Kom je dan?", vroeg ze. En ik keek en ik kwam.

Het is bijna tijd zei mijn wekker. De dagen naderen snel nu en het einde verdwijnt telkens. Waarom kan je dromen als het regent? Waarom kan je huilen als de zon schijnt? Iedere kiezelsteen kent zijn liefde. Iedere liefde kent zijn einde. Als je duizend kiezelstenen hebt, een berg vol eindes, wanneer begin je dan? En met welke steen?

De rode gloed werd blauw in de kern en verwarmde eerst alles. In de blauwe kern was het zuurstofloos vertoeven. Maar ik ging verder.

Wie ben ik? Wie ben ik dat ik denk dat die man achter zijn computer nu denkt wie hij is?

Ik, of was hij het ... ik ... hij ... ging verder ... deed ik dat wel? ... deed hij dat wel? ... wie ... wat ... eindes ... vuur ...
Het voelde aangenam. Het was een verleden dat verbrandde. Een huid die verdween, een nieuwe die verscheen. En dan de helse pijn. Is pijn wel hels?

Iedere morgen, iedere zon. Ik haat het. Hij haat het. Wij, ja wij, haten het. Het is de bries die verzachting brengt. Het is de zon die ik verafschuw.

Een grote bol. Rood-oranje. Warm en veraf toch kil. Het center ongezien. Geen bekende ziel die ik er ken. Vuur.

Vuur ... een bron van leven, het begin van zijn ellende.



muziek: No music - Silence

20:30 Gepost door Dafke | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.