23-02-06

Jij stierf, ik werd geboren


Aarde smaakt niet eenmaal de mond ervan vol is. Droog is het wel, ook al lig je in natte grond. Je bekijkt jezelf van op een zekere afstand, maar wat eens materie was, is nu slechts een vage silhouet van wat eens jouw ziel was.

De regen vindt zijn weg tot aan je voeten, langs mijn groene mantel trekt hij onverstoorbaar. Ik hoop dat ik een beetje liefde kan meegeven, zodoende kan ik denken dat je toch enkele seconden zwemt in mijn poel van liefde. Het is een gedachte die mij doet glimlachen, een glimlach die af en toe gebroken wordt door tranen die mijn wang verkoelen. De rozen in mijn hand zouden stralen in de zon, in diezelfde zon geuren naar jouw huid. Iets verder staat het kind in mij, spelend met de wind en de blaren. Ik zie de gestorven herfst de grond kussen.

Hoe lang het ondertussen geleden is wil ik niet langer weten, ook al staat het jaartal geschreven op de grafzerk. De herinnering is te levendig om ze met de jaren van ouderdom te bedekken. Het regende niet die dag, sindsdien regent het soms dagenlang. Zomermaanden dragen soms jouw jurk, wintermaanden meestal jouw mantel. Het bed is nooit nog erg warm.

“Is dat mama?”, vraagt de vijfjarige engel die mijn hand vasthoudt.
“Neen.”, antwoord ik, “Zij is iemand die jouw mama nooit kon worden.”

12:58 Gepost door Dafke | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Uitleg bij de eerste paragraaf De laatste zin in deze paragraaf is geen fout. Ze is zo opgesteld omdat ze een zeker dualiteit wil uitpsreken.

Gepost door: Dafke | 23-02-06

ijzersterk niet omwille van mijn eigen perceptie
vanuit mijn eigen afscheid

ijzer-sterk
als een gloeiend metaal
dat smelt
door jouw geschreven adem

x

Gepost door: ac | 23-02-06

stilte rillingen over mijn rug
een stilte
een koud en tevens warm gevoel.
Hoe doe je het toch?!

Gepost door: tilde | 27-02-06

De commentaren zijn gesloten.