28-02-06

Verdrinken


Het grijze gemoed sluit als een mantel voor mijn ogen. Sommigen drinken van het donker en plegen in herhaling te vallen, anderen drinken in het donker en hopen zo het licht te vinden dat jaren terug opgeborgen werd. Een hart gesloten met de sleutel van een ander.

En toen dacht ik dat de serie het einde van jouw film vormde. Teksten verdwijnen, woorden verschijnen, zinnen breken in kleine stukken. De schakelaar ontbreekt … Als de kamer leeg is, wat ontbreekt dan nog?

Even laat ik de referentie achterwege want de woorden zijn te duidelijk. Zwart op wit in een perfecte wereld. Hier verwrongen tot een vaag zijn … vol onwetendheden. Laat mij toe te schrijven. Ook onbegrepen kan men zich geborgen voelen. Het is slechts de gebroken reflectie die deze gedachte invult. Ik schrijf …

Verminkte gezichten liggen verborgen achter haar woorden. Het voelt als sneeuw die smelt eens de harde grond beademd wordt. Rozen gekneed tot ze klappen op het ritme van de wind. Wegglijden in de logica van haar bestaan en nooit het besef bevatten dat rebelleren ook tot hetzelfde einddoel leidt. Ik stap op haar af, raak haar handen, maak de ogen vrij en laat haar baden in het besef dat begrepen worden een misvatting is. Geen kus volgt de wang van een geliefde eenmaal de afstand overbrugd wordt door angst. Ik steel nu, heel even, jouw bedenkingen en glimlach zonder glimlach. Het is triest vertoeven in een warme kamer zonder de dekens van liefde in jouw handen.

Had ik geweten hoe ik kon voelen, ik zou nooit de conclusie gevonden hebben die hier verborgen ligt. Daarentegen ligt hier de tegenstelling in woorden gebogen die niet te vinden is in zinnen als deze. Hoe moeilijk doen tot eenvoud kan leiden.

Nog steeds geen glimlach ook al onderga ik het lachen.

Zij weet dat ik dit schrijf en hard kan zijn. Omdat het mag, soms wel moet. Soms weet ze echter te veel, is ze fout in de gedachte die tot instemming leidt. Vreemd hoe deze tekst zich vormt, niet?

Het is als een storm die niet tot stormen komt. Een deining van een bloem die bladloos hunkert naar het vangen van haar wind, haar enige wind. De warmte van een zon die daar gloeit waar je niet komen kan. De gecondenseerde mantel van jouw schouders schuddend behoor je boven de wolken te zweven, echter zijn het niet jouw tranen die smelten na het voelen? Ik beëindig mijn begin en kruip terug achter een doek. Geen podium dat langer mijn hoofd belicht, geen publiek dat nog moeite doet, geen bestaansrecht om dit hier vorm te geven. Enkel komen kijken om te vertellen dat je zelf kiest voor de oplossing die je wordt aangeboden. In glorie de stilte vullen en blijven verdergaan. Langzaam drinken van een wonde, zo verdrink je in een eeuwig durende zang.

Vogels sterven en net nu wordt het lente.

14:30 Gepost door Dafke | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.