27-03-06

Gebroken lamp van een dief




Een gebroken lamp in een overvolle kamer.

De angst om jou te bevestigen was nooit zo groot voordien. Nu kan ik enkel in stilte hopen te tellen tot tien. De warmte in sterk contrast met de ongecontroleerde rillingen beschermen mij van de vurige gedachte om jouw schakelaar te vinden. Ik kijk naar de wolken aan mijn hemel. Het stormt daarbuiten.

Bliksem ging liggen, ook al rommelde hij tegen. Het knetteren van hagel was de projectie van mijn warrige gedachte. Was jij het die mij vroeg wie de zomer had gestolen? Was jij het die mij vroeg wie de lente had gezien? Ik weet dat ik antwoordde dat vragen dienen om te vergeten, zeker als de antwoorden te hardnekkig mijn gedachten steken. Je kwam mijn kamer binnen en ik vergat de deur te sluiten....

Denk je ook niet dat angst slechts het begin van de verlossing is?

Ik wens sneeuw te vinden op mijn uitweg. Blijvend witte, knarsende sneeuw. Een uitweg die geen recht op bestaan vormt. Zou jij kiezen als het er op aankomt? Ik strijd met het bloed aan mijn handen. De zomernacht viel als een grijs gordijn en mijn waterplas was een zoute poel die zoet gevuld werd. In druppels jouw seconden vattend.

Het woord van liefde was gevallen op klokslag tien. Eén uur per vinger. Ik liet het mes achter mij en verliet de kamer vol gedachten.

Jij bezorgde mij angst in de droefheid van mijn tranendal.

Als een bloesem verdronk je in de tranen van verdriet.

18:58 Gepost door Dafke | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.